Als het onze gevoelens betreft dan worden die voor drieënnegentig procent via lichaamstaal gecommuniceerd en slechts voor zeven procent door woorden. Non-verbale signalen maken een vijfmaal sterkere indruk. Lichaamstaal is er met name om gevoelens over te brengen. Lichaamstaal laat zien hoe je de ander ziet en hoe die jou weer moet zien, dus hoe u gezien wilt worden. Het lichaam is veel eerlijker in het tonen van wat iemand echt voelt of denkt dan de woorden die men zegt. Een doorzichtige incongruentie is bijvoorbeeld wanneer iemand schreeuwt dat hij kalm is. De eerste indruk is heel belangrijk omdat het als het ware een interpretatiekader geeft voor de volgende ervaringen. Je blijft toch denken dat die laatste indrukken het echte beeld verhullen, want hoe iemand eigenlijk is, meen je de eerste keer al gezien te hebben.

Lichaamstaal gaat via de gevoelsreflectie. Het gaat om het erkennen, oftewel de acceptatie van dat gevoel. Het lichaam bepaalt onze gevoelens, niet omgekeerd: eerst het lichaam, dan de ziel. Je kunt niet neerslachtig zijn en opgewekt lopen. Houding en beweging zijn in dat geval de oorzaak en niet het gevolg van gevoelens. Wie zich energiek beweegt, glimlacht, royale gebaren maakt, zal zich ook zo voelen. Een betrekking tussen mensen heeft twee aspecten. 1. Het relatieaspect: hoe zie jij de ander? En 2) het appellerende aspect: hoe wil jij gezien worden? Om communicatie succesvol te laten zijn is het een voorwaarde dat beide partijen het over beide appéls eens moeten zijn. Anders blokkeert of stoort de communicatie op zijn minst heel erg. In dat geval moet deze eerst in overeenstemming tot stand worden gebracht, anders heeft communiceren niet veel zin meer.

Wat is nu ons werk nu als aikidoka? Lichaamstaal toont vooral de bedoeling van de communicatie inclusief de verhouding of de verbinding die wij (willen) scheppen. Ga na of jouw lichaamstaal die je toont de boodschap ook daadwerkelijk ondersteunt. Gebalde vuisten of een gespannen houding gaat over boosheid. Daarom trainen wij een ontspannen bovenlichaam, met open handen en een open houding. Agressieve of bange mensen kijken hun opponent strak aan. Als ze staren proberen ze het gevaar te fixeren (wees dan op je hoede). Wij trainen onszelf om vriendelijk te blijven kijken. Als iemand zijn stem verheft, dan heeft hij feitelijk steun nodig van ons want hij voelt zich geconfronteerd met een vijand. Dat is ons werk. Wij moeten dan eerst het vertrouwen herstellen: rustig praten, langzaam zelfs, dat geeft de ander tijd om tot bezinnen te komen.

De lichaamstaal van de aikidoka is dus een zeer belangrijk wapen in ‘onze strijd’. Het is onze uitdaging om juist niet omgewonden te gaan doen, want dan voelt de ander zich juist sterk. Om te de-escaleren moet de ander je lichaamstaal lezen als: je stelt mij op je gemak ondanks dat ik mij gespannen voel. Goed luisteren is een voorwaarde voor vertrouwen. Praat met open handen en maak een beweeg rustig naar de ander toe (irimi maken). Glimlachen is een signaal dat je ongevaarlijk en positief bent. De wenkbrauwflits blijkt goud waard in de praktijk: snel optrekken van de wenkbrauw bij de glimlach. Betrokkenheid en inzet wordt getoond door een energieke wakkere houding. Handen tussen de schouders en het middel houden werkt het meest effectief en positief. Het is verbazingwekkend wat de positieve kanten van lichaamstaal zijn en de overeenkomsten met de basishouding van de aikidoka.

Bovenstaand bericht is geïnspireerd op het boek ‘Lichaamstaal’ van Victor van Geel.