Als je naar aikido kijkt voor de eerste keer is de vaak gehoorde opmerking: ja, maar die ander werkt mee. Daardoor lijkt aikido in de eerste instantie een soort cosmetisch in elkaar gezet geheel om het mooi en sierlijk te laten lijken, maar niets is minder waar. Als de leraar iets voordoet, ziet het er altijd zo makkelijk uit. Om het de eerste keer ‘even’ na te doen wat de leraar zojuist heeft laten zien, valt voor de meesten in het begin nog raadselachtig tegen.

Waar het bij de meeste vechtkunsten gaat om het opbouwen van fysieke spanning, kracht en incasseringsvermogen, gaat het bij aikido juist om precies het tegenover gestelde. Op een zo eenvoudig mogelijke wijze de balans verstoren (tori) van de ander en juist ook het leren omgaan met dit soort balansverstoringen (uke). Bij aikido leer je heel bewust met je lichaam omgaan waarbij je het vermogen ontwikkelt om bepaalde spieren juist te ontspannen als dat nodig is. Het gaat uiteindelijk om het ontwikkelen en optimaal laten samenwerken van de verbinding tussen denken en voelen. We hebben met elkaar een viertal technieken mogen ervaren om het gemak te zoeken van de balansverstoring bij een aanval vanuit een pakking én daarna hetzelfde met een slag. Je moet uiteraard eerst de basis principes leren beheersen, maar voor nieuwkomers hebben die op zich al iets magisch.

‘De kern van het hele trainen is dat je relaxed moet leren blijven in spannende situaties. Relaxed, maar wel alert; dat is dé manier om dergelijke situaties op te lossen. Het maakt niet uit of je zenuwachtig of gespannen bent, maar wel hoe je dat gevoel gebruikt – daar gaat het om. Probeer je kalmte niet te verliezen als er iets niet gaat zoals je wilt.’ Vanuit de technische robotica theorie, waar met een grondvlak wordt gewerkt om de robot in balans te houden, heb ik uitgelegd hoe je met één vinger een volwassen iemand met gemak uit balans kan halen. Door de vier technieken met de nieuwkomers voor de klas voor te doen, hebben ze aan den lijve kunnen ondervinden hoe eenvoudig wij op den duur de ander uit balans weten te krijgen.

‘De paradox is dat als aikido niet enigszins nep lijkt, het geen echte aikido is. Dat zogenaamde ‘nep’ is het vermogen van de aikidoka om alle kracht van het lichaam in te zetten bij een verdedigingstechniek waarmee een ongelooflijk effect bereikt wordt. De magie is het zien of ervaren dat de kracht die je gebruikt in de verste verte niet in verhouding staat met het effect dat het op een aanvaller heeft. Zodra je dat eenmaal eens gevoeld hebt, ben je als het ware een ‘gelovige’ geworden.’ Op deze avond hebben we zoveel mogelijk mensen deze korte geloofservaringen proberen mee te geven. Aansluitend aan de open avond was de Nieuwjaarsborrel waar we na de training met elkaar hebben geproost op het nieuwe jaar.

De open avond is geïnspireerd op het heerlijk humoristisch geschreven boek ‘Woedende witte pyama’s‘ van de auteur Robert Twigger.