Wie weet wat ethiek betekent? Ik vraag het aan een groep van bijna dertig kinderen uit de Sportklas 5 HAVO van het Kalsbeek college bij de aftrap van de aikido workshop. Verontwaardigd gelach en iedereen grapt om zich heen. Nee, even serieus, zeg ik: wie kan mij uitleggen wat ethiek is? Een meisje links van mij op de grond zegt dat het gaat over normen en waarden. Dat klopt, knik ik haar dankbaar toe. Het is tof, want deze groep heb ik vijf jaar geleden ook gezien. Alle brugklassers uit de Kalsbeek heb ik toen samen met Bas Smeulders les gegeven. Nu zie ik ze opnieuw in hun laatste jaar op school. De cirkel is rond. Er zijn verschillende krijgskunsten of vechtkunsten, spreek ik de groep toe, dus ook verschillende krijgers die rondlopen op onze aardbol. ‘In het boek Aikido en haar dynamische werking, trof ik een aardig plaatje. Eerst dacht ik dat het een soort striptekening was, maar bij nadere beschouwing bleek het te gaan om een viertal niveaus waarin krijgers worden ingedeeld. Het betreffende hoofdstuk ging over ethiek van vechten: een kritische bezinning over juistheid van handelen. Wie bepaalt dat, vraag ik met ietwat toegeknepen oogjes aan de klas, wat juist is in je handelen? “Dat bepaal je zelf,” zegt een van de gasten terwijl hij iets onderuit schuift op de bank. Mooi, dat doet me goed dit te horen. Ik vervolg het relaas. ‘In de eerste reeks heb je een vaardig krijger die een ander uitdaagt met een zwaard en hem harteloos doodsteekt. Het is de laagste van de vier niveaus – een rechtstreekse aanval zonder uitlokking.

In de tweede reeks tref je een krijger die iemand eerst uitdaagt om te vechten. De ander beantwoord de uitdaging door zijn zwaard te trekken, maar legt het af tegen de snelheid van de provocateur – die hem vervolgens neersabelt. Eens…, de ander trok zijn zwaard eerst, dus er is een klein ethisch verschil. Desalniettemin worden beide mannen gedood.’ Het is inmiddels een stuk stiller geworden. Je ziet de kinderen de film in hun hoofd afspelen terwijl ze iets naar het plafond wegkijken en hun eigen mening aan het vormen zijn. Ik vervolg mijn verhaal. ‘In de derde reeks loopt de krijger (nu zonder zwaard) en wordt zonder aanleiding aangevallen door de ander. Hij verdedigt zichzelf en verwondt de ander ernstig. Onze krijger kan niets verweten worden: het gaat hier om pure zelfverdediging. Het resultaat van alle drie deze reeksen is echter dat de ander er niet best vanaf komt. Dan de laatste reeks. De krijger – opnieuw zonder zwaard, wordt aangevallen door iemand die wel een zwaard heeft, zomaar zonder aanleiding. Hij ontwijkt de zwaardslag en ontwapent de aanvaller op vakkundig wijze en verdedigt zichzelf zo gecontroleerd, dat de aanvaller niet gedood of verwond wordt. Hij steekt het zwaard rustig in de grond naast de aanvaller en vervolgt zijn weg. Het plaatje laat zien dat de verslagen aanvaller onze krijger beduusd nakijkt vanuit een zittende houding op de grond. Het zwaard staat rechts naast hem in de aarde.

In deze laatste reeks tref je de meest verheven ethiek van de krijgskunsten. Wat natuurlijk de vraag oproept: gaat deze aanvaller nu opnieuw aanvallen? Hij heeft tenslotte zijn zwaard nog en onze krijger heeft hem de rug toegekeerd.’ Ik vraag het aan de klas. Ik ben ook echt benieuwd want dit is de nieuwe generatie. Het blijft nog even stil op de banken waarop de meeste kinderen zitten. Het zijn van die loodzware houten en ijzeren banken, niet te tillen en gelukkig meestal tegenwoordig met wieltjes eronder. Je komt ze in elke gymzaal haast wel tegen. Rechts van mij zegt een jongen ineens: ik ga voor optie drie. Instemmend wordt er om hem heen geknikt. Ik deel een oude herinnering die mij ter plekke te binnen schiet. Een incident waar een oud collega iemand beschadigd had toen hij zichzelf verdedigde. De blessure destijds, door hem toegebracht, was van dien aard, dat de aanvaller er blijvend letsel aan overgehouden had. Er is altijd een negatief residu als je het zo oplost. Het is iets dat blijft knagen, dat had mijn oud collega ook nog steeds. Op niveau vier is sprake van morele intentie. De oprechte wens om jezelf te verdedigen zonder een ander te beschadigen. Zo precies, is onze krijgskunst aikido ontworpen door de grondlegger ervan, licht ik toe. Daar onderscheid aikido zich van de andere vechtkunsten. Op deze wijze groeit de aikido praktijk uit tot een harmonische interactie tussen twee of meer mensen door deze ethische principes te vertalen naar essentiële en actieve gedragsvormen in de dagdagelijkse praktijk.

Ik had vandaag gekozen voor een wapenles aan deze jongeren. Na dit verhaal kon dat natuurlijk niet anders dan met het zwaard. In het begin het leren slaan met het zwaard. We wisselen wat af in richting. Het is voor de eerste keer echt vreemd om een zwaard vast te houden, kan ik mij zelf nog goed herinneren. De meesten vallen haast voorover na de slag bij shomen. Ik maak er een opmerking over en geef aan hoe je dit kunt veranderen. Dan tegenover elkaar en op het dalende zwaard afstappen. Ze kijken me aan of ik gek ben geworden. Ik vertel over de functie en de essentie van de moderne krijgskunsten en welke skills je daarmee ontwikkelt. Moed, is er een van, leg ik uit. En ik verzoek ze zo rechtop mogelijk een irimi te maken. Rustig afwachten en hopen dat de ander op tijd stopt. Ik vraag een van de jongens voor de klas mij te slaan terwijl ik naar hem toeschuif. We doen het samen voor. Stap voor stap bouwen we eerst de aanval op en dan laat ik ze de ontwapeningstechniek zien. Met elkaar in een zeer rustig tempo. De extra aikido workshop was voor een cijfer dus op het einde mochten ze het aan elkaar voordoen voor de klas. Verbazingwekkend hoe snel sommigen dit soms oppakken. Een drietal leerlingen deden de techniek haast moeiteloos na. De jongeren gaan over een paar maanden de maatschappij in, vertelt de sport docent die erbij was achteraf. Op het einde van de workshop kwamen er een paar leerlingen op me aflopen en boden hun hand aan: een leuke les meneer, bedankt!

Bovenstaand artikel is geïnspireerd op het boek Aikido en haar dynamische werking van de auteurs A. Westbrook en O. Ratti.