Aikido zit vol met tegenstrijdigheden en dat is tegelijkertijd ook de charme ervan. Het leren genieten van het omgaan met deze tegenstrijdigheden of weerstand, het aanlokkelijke ervan inzien, dat is de weg die de aikidoka moet zien te gaan. Daar zit de mogelijkheid tot groei, die we op de een of andere manier meestal liever uit de weg gaan. Het is aardig om te weten dat er drie vormen zijn van weerstand en te achterhalen welke er speelt bij jou op het moment dat je weerstand ervaart? De eerste is de weerstand van buitenaf als jij iets wilt gaan ondernemen. De tweede vorm is de weerstand die we van binnen bij onszelf moeten overwinnen tegen iets wat van buiten onszelf komt. De derde is de meest interessante: weerstand tegen de weerstand. Dat is vaak ook de vorm die we tegenkomen als we bijvoorbeeld iets spannends moeten gaan doen of ergens tegenop zien.

Deze laatste is een zeer lastigste vorm om door te prikken. Het gaat over de innerlijke weerstand die we moeten opbouwen en ook nodig hebben om van ons zelf iets gedaan te krijgen. Ook weer een paradox op zich. Het is de vorm waar je het zelf dolgraag wel wil, je weet ook dat je het noodzakelijk is om te doen, om te kunnen groeien, maar op de een of andere manier ben je er nog niet aan toe. Om dit te doorbreken hebben we zowel wilskracht als aanpassingsvermogen nodig. Er moet iets veranderen, maar we weten nog niet wat daarna komt. De angst om desondanks deze sprong te wagen, dat aan te gaan, is feitelijk de doorbraak die je moet maken. Het gevaar ligt hierop de loer dat je op dat soort momenten de oplossing van dit innerlijke conflict bij voorkeur buiten jezelf zoekt.

Ons hoofd is dan zeer bedreven met het verzinnen van argumenten om deze sprong vooral niet te maken. Er ontstaat een regenval van argumenten: ik heb daar en daar fysiek echt last van de laatste tijd; ik kan helaas niet want ik heb het eigenlijk te druk; ik ben er voor mijn gevoel nog niet helemaal aan toe. Als een argument wordt weg geredeneerd door iemand anders, dan volgt automatisch de volgende. Het blijft maar komen. Tot ze op zijn. En daar moet je zijn; daar ligt de werkelijke oplossing. Aankijken wat er dan naar boven komt, is de crux. Daar moet je voor jezelf iets ophalen diep van binnen. Als je dat vervolgens durft aan te kijken en kiest om er desondanks toch voor te gaan, dan heb je jouw innerlijke weerstand gezegevierd. De aikidoka zoekt juist dat pad: het aangaan van die innerlijke confrontatie zonder nog te weten wat er daarna volgt. Gewoon doen, proberen, experimenteren.

Het gaat er dan om te leren vertrouwen op jezelf. Alleen door in die leegte te stappen, die weg te volgen, is de essentie van het leren leiding geven aan jezelf. Achteraf krijg je natuurlijk pas de bevestiging, dat vertrouwen in jezelf. ‘Het viel eigenlijk allemaal heel erg mee…’ En gek genoeg wist je dit eigenlijk diep van binnen ook al wel – over tegenstellingen gesproken. Zelfvertrouwen is geen stempel op een kaart, maar een erkenning die je aan jezelf geeft door het gewoon te doen; ondanks de vrees die je daar vooraf over voelt. Dat is de essentie van het avontuur dat de aikidoka zoekt: dit proces met jezelf durven aangaan. Het leren hanteren wat je onderweg naar binnen tegenkomt. Na het triomferen van deze weerstand tegen de weerstand, ga je met een ander gevoel verder op je pad. Het is dan net op of je een stapje dichter bij je authentieke zelf bent gekomen. En wie weet, is dat ook wel zo.