Wat moeten we doen om ineens assertief te zijn als dat nodig is? Hoe krijgen we het voor elkaar om dat gevoel ineens op te roepen? Volgens Freud begint elk mentaal proces onbewust en kan het daar blijven, of zich ontwikkelen tot bewustzijn, afhankelijk van of het tegenstand ontmoet of niet. Er is dus blijkbaar in dat geval iets wat ontbreekt in een van onze programma’s. Iets dat we onbewust zelf tegenhouden?! Het onbewuste is veel groter en krachtiger dan het bewustzijn, merkte Nietsche al op. Het bewustzijn is serieel (het kan één ding tegelijk) wat we in feite aandacht noemen; terwijl ons onbewuste vele parallelle taken tegelijk kan uitvoeren. Er zijn tal van psychologische processen waarvan we ons niet bewust zijn, maar die ons gedrag, ons denken en emoties wel beïnvloeden. Een ervan is dat als het bewustzijn een vraag heeft, het onbewuste het beste, of de beste combinatie van de vele opties zoekt, en dat vervolgens als eindproduct aanbiedt aan het bewustzijn.

Om iets in je eigen gedrag te veranderen, blijkt er volgens de wetenschap een een-op-een relatie tussen waarneming en gedrag te bestaan. Iets zien leidt er vaak toe dat je datzelfde ook doet. Het is meestal zelfs een onbewust proces. Mensen imiteren elkaar dus, niet zozeer omdat ze dat willen; het gaat gewoon automatisch. Een mooi voorbeeld is als je in een ruimte zit en iemand gaat ineens uitgebreid aan het gapen. Onderzoek naar imitatie gedrag laat zien dat mensen waarneming onbewust ‘omzetten’ in gedrag. Gedrag wordt gepresenteerd in de hersenen. De activatie van een voorstelling van gedrag blijkt voldoende om de daadwerkelijke motorische programma’s te activeren. De activering kan zijn door waarneming en zorgt daarmee automatisch voor het corresponderende gedrag.

Het is nu interessant te weten dat er een vorm is waarbij je jezelf actief kan aanzetten op gedrag. Er zijn diverse onderzoeken die dit aantonen. Bij ‘priming’ activeer je bepaalde onbewuste kennis, bijvoorbeeld in de vorm van een eigenschap of stereotype, zonder dat een proefpersoon in een experiment zich dat realiseert. Het idee achter de techniek van het primen is dat je eigenlijk het proces van waarneming stimuleert. Door mensen woorden of plaatjes te laten zien die gerelateerd zijn aan een bepaald stereotype, bijvoorbeeld met brutaal gedrag, activeer je dat stereotype. Je kan dus door simpelweg een beeld op te roepen, het bijbehorend gedrag tijdelijk in jezelf activeren.

Het onderzoek rept erover dat het jammer is dat het effect van primen helaas maar tijdelijk is. Echter voor het trainen van ander gedrag – b.v. een assertievere houding, maakt dat voor de aikidoka niet zo uit, als we die verbinding maar even kunnen maken. Want zeg nu zelf: wie wil er nu zijn hele leven brutaal of onbeschoft zijn en blijven? Wat we willen trainen is dat je op een bepaald moment in een bepaalde situatie even kortstondig een andere ‘toon’ kan maken om de situatie weer in balans te krijgen. Dat werkt alleen als je het ook echt voelt, anders komt het bij de ander niet over. Het is heel prettig als je dan snel dat gevoel kunt oproepen op het moment dat je dat nodig hebt, zodat het ook daadwerkelijk het beoogde effect bereikt.

We hebben allemaal onbewuste modules voor waarnemen, taal, coördinatie… Als er iets ontbreekt in een van deze programma’s, heeft het hulp nodig van andere modules, maar die weten niet dat er iets mis is. Er ontbreekt dus ergens een verbinding. De oplossing is om die nieuwe koppeling te trainen en dit zo door te geven aan het bewustzijn, zodat alle andere modules gaan zien wat er aan de hand is om te kunnen helpen dit mankement te herstellen. De oplossing is dus om jezelf bewust toe te staan met ander gedrag evaluatief te gaan experimenteren. Dat kan dus blijkbaar simpelweg aan de hand van het oproepen van bv. stereotype beelden. Het bijzondere is dat volgens Eccles het bewustzijn kiest de aanpassing te steunen bij het creëren van echt gedrag als de effecten ervan als positief ervaren worden. Zo kun je er dus voor zorgen dat dit defect weer gerepareerd wordt. Goed om te weten.

Dit artikel is geïnspireerd op het boekje ‘Het slimme onbewuste’ van Ap Dijksterhuis.