arenlang was de Vernistheorie, een biologische opvatting over de aard van de mens, een aangenomen uitgangspunt: ‘De mens is in principe slecht, maar in staat tot het goede.’ Klopt deze Vernis-theorie eigenlijk wel? Frans de Waal geeft ons in zijn nieuwe boek met de titel ‘De Bonobo en de tien geboden’ vanuit de evolutie een interessante antwoord op dit standpunt. Terecht vraagt Frans zich in deze boektitel af of onze moraliteit nu van bovenaf is opgelegd of dat het uit de ontwikkeling van de mens zelf komt?

“Vanuit de evolutie gezien hebben de groepen mensachtigen weten te overleven door elkaar als groep te steunen, in plaats van elkaar te bestrijden. De oer-reden waarom we dit doen, is dat we bij overleven afhankelijk zijn van de samenwerking met elkaar. Als je daar namelijk in die tijd niet voor koos, was het resultaat isolement of verbanning uit groep; en dat zet een enorme domper op de overlevingskansen van die persoon.” Ondanks dat aikido een vechtkunst is, heeft de grondlegger het wedstrijd element eruit gehaald. Een gevolg daarvan is dat de sfeer in de dojo zeer plezierig is, maar heeft als resultaat dat het beoefenen van aikido dus een ander doel heeft dan ‘overwinnen’.

“De zorg voor elkaar in een groep is, naast het persoonlijke belang, een grote stap vooruit omdat harmonie binnen de groep een extra doel geeft. Hebben ‘de tien geboden’ ons geleerd om op prettige wijze met elkaar om te gaan, of komt dit uit onszelf? Empathie werd lang gezien als een bewuste keuze waarbij we in ons hoofd simuleerden hoe een ander zich moest voelen. Het boek leert ons dat empathie ontstaat via een onbewuste, lijfelijke verbintenis en tot stand komt via lichaamstaal, stemmen en emoties. Een complexere vorm is sympathie: zorg voor anderen gecombineerd met de wil hun toestand te verbeteren. De hoogste vorm van empathie is elkaar doelgericht helpen. De onderliggende drang daarvan is: goed doen, voelt gewoon goed.”

“In een groep leven vraagt om morele regels. Volgens Frans is de sociale essentie van een groepsmoraliteit gebaseerd op de twee s’-en: een ander ‘steun verlenen’ en de ander op zijn minst geen ‘schade berokkenen’.” Wat opvalt is dat dit ook twee aikido kernprincipes zijn. Elkaar helpen, in plaats van te willen winnen, betekent dat je elkaar niet frustreert, maar eerst meewerkt om samen een referentie op te bouwen; als het beter gaat, help je juist door steeds meer tegen te werken. Technieken in aikido zijn bedoeld om de aanval te neutraliseren met als uitgangspunt elkaar juist niet te willen beschadigen. Aikido beoefenen is elkaar doelgericht helpen om aan jezelf te werken.

“De moraal blijkt dus géén dun laagje vernis te zijn, maar komt van binnenuit en voort uit de normale in-group cycli van het aantrekken en afstoten van elkaar. Het is onmogelijk om één algemene morele wet te hebben die overal en voor iedereen gelijk is. In elke samenleving verandert de moraal in de loop der tijd.” Aikidoka’s trainen met verschillende mensen en diverse culturen door elkaar om het intuïtieve proces van conflict en hereniging harmonieus te laten functioneren. Ze werken hiermee onbewust aan een pro-sociale houding welke de onderlinge samenwerking tussen mensen bevordert. Wie weet heeft dat ook een relatie met de letterlijke vertaling van aikido: de weg van harmonie?

Dit artikel is geschreven door Peter van Lier en geïnspireerd op het boek ‘Bonobo en de tien geboden’ van Frans de Waal.