De mens heeft als functie om te leven en overleven onder constant wisselende omstandigheden; en in interactie met zijn of haar omgeving. Zelfregulatie heet dat. Dit proces werkt in onze binnenwereld als een statisch evenwichtsprincipe aan de hand van setpoints – vaste waardes. Een sprekend voorbeeld hiervan is de lichaamstemperatuur van ons levende systeem, het lichaam, dat wij constant op een vaste waarde van 37 graden moeten houden. Dit om de juist omstandigheden te behouden voor het optimaal functioneren van onze organen. Om deze stabiele temperatuur binnen onszelf te handhaven, wordt gewerkt middels het zogenaamde ‘negatieve feedback’ principe. Dat gaat als volgt: als we het te koud krijgen, corrigeren we dit door te rillen zodoende meer warmte te genereren; als we het te warm hebben gaan we bijvoorbeeld zweten om weer af te koelen. Deze (re)acties zijn er op gericht om het tegengestelde effect te bereiken om de stabiliteit van onze binnenwereld te borgen. Tussen verschillende levende systemen onderling (uke en tori) werkt een totaal ander principe. Deze zoektocht naar stabiliteit hier wordt juist niet gestuurd vanuit vaste waarden…

Een aardig beeld daarvan is, dat als er in een bepaald gebied hazen en lynxen wonen, zal als het aantal hazen toeneemt, ook het aantal lynxen toenemen. Als het aantal lynxen toeneemt, zal ook naar gelang weer het aantal hazen weer afnemen. De samenstelling van de totale populatie wordt hier niet gestuurd vanuit een zogenaamd setpoint, maar vanuit een ‘dynamisch evenwicht principe’ dat is ingebouwd in de populatie zelf. Balans ontstaat hier door wederzijdse beïnvloeding in een continue wisselwerking met de omgeving. Het gaat altijd over cyclisch processen naar een natuurlijk evenwicht tussen levende systemen. Mensen zijn constant bezig met twee belangrijke voorwaarden om te (over)leven: stabiliteit én verandering. Vanuit een maatschappelijk perspectief proberen wij mensen zinvol te functioneren als lid van een samenleving in contact met verschillende culturen. Het gaat hier om zaken als respect en verantwoordelijkheidsbesef van leven; om zo te leren omgaan met de uitdagingen van onze moderne samenleving. Aikido staat toe dat leerlingen tijdens het beoefenen nieuwe ervaringen kunnen scheppen daar deze krijgskunst geen rivaliteit kent.

In een aikido dojo werk je via technieken aan een constant proces van wisselwerking door (re)constructie van onderlinge waardes. Door zo te denken, bereik je dat verschillende mensen, andere, maar minstens net zulke waardevolle (re)acties, ervaringen en houdingen hebben. De hele ‘strijd’ van aanval en verdediging gaat bij ons meer over het in leven roepen van bedoelingen bij elkaar. Aikidoka’s kunnen zo nuttige ervaringen opdoen voor de huidige maatschappelijke uitdagingen waar wij voor staan, door de verruiling ervan tijdens onderlinge sociale interacties. Het constant verzamelen, uitwisselen en verwerken van informatie over het gedrag, normen en waarden van en naar elkaar. Het zogenaamde onderhandelenhierover, geeft ons nieuwe betekenis. Door de aikido technieken leer je per individu om weer anders te (re)ageren. Aikidoka’s zijn (on)bewust bezig hun eigen gemoed zowel als de ‘aanval’ van de ander tegelijkertijd te leren harmoniseren. Het trainen van medemenselijkheid aan de hand van dit evolutionaire dynamische evenwichtsprincipe is werken aan een nieuw gezamenlijk gewin. Dit is essentieel om te komen tot een natuurlijk evenwicht van de onderlinge relaties in de totale populatie voor onze toekomstige levende wereld.

Bovenstaand artikel is geïnspireerd op het biologisch didactische proefschrift ‘Regulatie en homeostase als onderwijsthema’ van Johannes Buddingh uit 1997.